Publiekdomein Heeze Leende


Verslag/rapport ombudsman 9 maart 2010 by redactie
februari 2, 2000, 8:43 pm
Gearchiveerd onder: Bestuur

Verslag van de op 27 januari 2010 gehouden hoorzitting van de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant

Op de agenda staat de behandeling van het verzoekschrift dat is ingediend door de Vereniging Publiek Domein Heeze-Leende, gevestigd te Serrarisstraat 3, 5591 EE Heeze-Leende (hierna: de verzoekende partij). Het verzoekschrift heeft betrekking op gedragingen van de gemeente Heeze-Leende (hierna: de verwerende partij).

Aanwezig ter zitting:

Ombudscommissie Zuidoost-Brabant (hierna: Ombudscommissie): de heer mr. W.A.M. Waarma, vice-voorzitter de heer drs. H.W.S.M. Nuijten, commissielid de heer mr. P.L. Kerkhofs, commissielid mevrouw mr. L.F.E. Tersteeg, secretaris

Verwerende partij:

de heer Van Ham, klachtencoördinator

mevrouw Borsboom, griffier van de gemeente Heeze-Leende

de heer Oosterlee, gemeentelijk secretaris van de gemeente Heeze-Leende

Verzoekende partij:

de heer Van Agt, voorzitter van de vereniging Publiek Domein Heeze-Leende

Informanten:

de heer Moons, Klankbordgroep Bergerhof de heer Loos, Bewoners Omgeving Toversnest

De voorzitter heet de aanwezigen welkom en de partijen stellen zich voor. Aangegeven wordt dat in deze zaak de heer Kerkhofs als hoofdwoordvoerder is aangesteld.

Allereerst wordt de procedure en de werkwijze met betrekking tot het verzoek van de verzoekende partij om getuigen te horen uitgelegd. Aangegeven wordt dat het de vraag is wat voor meerwaarde deze getuigen kunnen hebben in deze kwestie. Formeel dienen getuigen onder ede gehoord te worden in een bewijskwestie. Dit is hier echter niet aan de orde.

Tevens wordt aangegeven dat het mogelijk is om de getuigen toe te laten tot de hoorzitting als informanten zodat er vrijuit gesproken kan worden. De informanten kunnen extra informatie geven die van belang kan zijn. Daarnaast is de heer Henkes van de verzoekende partij verhinderd en hierdoor zou de heer Van Agt zich geschaad kunnen voelen in zijn verdediging en daarom graag bijgestaan worden. De verwerende partij gaat akkoord met de toelating van de informanten mits het gaat om de algemene klacht zoals nader geformuleerd.

Volgens de Ombudscommissie is de klacht als volgt geformuleerd in het verzoekschrift: “Het gebeurt in deze gemeente steeds vaker dat raadsbesluiten zodanig op een raadsinformatiebijeenkomst worden voorbereid dat op de openbare raadsvergadering kan worden volstaan met minder debat en zelfs minder informatie. Deze gang van zaken is misschien niet in strijd met de letter van de wet, maar dan toch zeker wel met de geest van de wet op openbaarheid van bestuur. Het is in ieder geval een bron van frustratie voor inwoners.” Geconcludeerd wordt dat de gemeenteraad centraal staat in de klacht.

De verzoekende en de verwerende partij stemmen met deze formulering in. Het gaat om de status van legitimiteit van de raadsvergaderingen.

De verzoekende partij vult hierbij nog aan dat alle besluitvorming door de raad niet in de openbaarheid gebeurt. Het college van B&W houdt geen vergaderingen in het openbaar waardoor burgers benadeeld worden bij het vragen naar informatie. Het college roept de raad bijeen en bij de bijeenkomsten wordt informatie aan de raad gegeven die niet terugkomt in de vergaderingen waar burgers aanwezig zijn. Op deze manier weten burgers niet wat er besproken is, aangezien er geen notulen of verslagen worden gemaakt.

De verwerende partij reageert hierop met een uitleg over hoe de raad functioneert. De raad werkt met het BOB-model. BOB maakt onderscheid in beeldvormende, opiniërende en besluitvormende bijeenkomsten. De beeldvormende bijeenkomsten bevatten de Ronde Tafel Gesprekken (RTG). De RTG zijn openbaar waar burgers ook inspraak hebben. Van de RTG worden notulen en een geluidsfragment gemaakt.

De raadsinformatiebijeenkomsten (‘legs on table’) zijn informeel en niet openbaar, maar er geldt geen geheimhoudingsplicht. Raadsleden, de raad en de fractievoorzitter nemen deel aan deze bijeenkomsten. Het presidium bepaalt de agenda van de bijeenkomsten en of deze al dan niet besloten is. Op de raadsinformatiebijeenkomsten worden ontwikkelingspunten besproken, maar vindt er geen besluitvorming plaats. De uiteindelijke besluitvorming vindt plaats tijdens de raadsvergadering. Het college heeft daarnaast als taak het beleid richting de raad voor te bereiden. Tevens kan het college advies vragen aan de raad tijdens de raadsinformatiebijeenkomsten. De verzoekende partij heeft als bezwaar dat de voorstellen die in de raadsvergadering komen niet compleet zijn. Alles wat medegedeeld wordt zou in het voorstel moeten komen.

De Ombudscommissie acht het begrijpelijk dat de verzoekende partij het gevoel heeft dat er ‘achterkamer politiek’ speelt. Gevraagd wordt of de verzoekende partij gebruik heeft gemaakt van haar spreekrecht en een beroep heeft gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur. De verzoekende partij geeft aan dat zij hiervan in deze kwestie geen gebruik heeft gemaakt. De verzoekende partij is bij de informele bijeenkomsten aanwezig geweest, maar niet bij de besloten vergaderingen. Een aantal thema’s worden in besloten vergaderingen besproken en niet bij het BOB-model.

De heer Moons meldt dat er besluiten worden genomen in de raad en de RTG en licht dit toe door middel van een voorbeeld. Er is geen beroep gedaan op de wet openbaarheid van bestuur, in verband met het in stand houden van een goede verhouding met de gemeente. De verzoekende partij heeft het gevoel dat ze met de rug tegen de muur staat. Tevens meldt hij dat er in de notulen van een besloten vergadering het bezwaar anders was verwoord. Het tegenvoorstel is vanuit een foutieve veronderstelling gedaan.

De verwerende partij reageert hierop dat de stukken die beschikbaar zijn overhandigd worden aan degene die daarom verzoekt in het kader van de wet op openbaarheid van bestuur. Tevens meldt zij dat nieuwe besluiten pas genomen worden nadat er nieuwe bijeenkomsten en RTG hebben plaatsgevonden, zodat burgers weer inspraak hebben. Bij elke zaak wordt dezelfde weg gevolgd, namelijk het BOB-model.

Gevraagd wordt of raadsleden ooit zaken ter sprake brengen wat bij een raadsbijeenkomst besproken is. De verwerende partij meldt dat dit in het voortraject voor kan komen, maar dat in de fractie wordt bepaald wat ter sprake komt. In de opiniërende vergaderingen gebeurt dit niet omdat er geen spreekrecht is.

Het college heeft bij de raadsinformatiebijeenkomsten geen rol, hooguit alleen in het geval van informatieverstrekking. De behandelend ambtenaren of een externe verstrekt meestal informatie aan de raadsleden, maar er wordt geen geheimhouding opgelegd. Het presidium bepaalt uiteindelijk wat besproken wordt.

Gevraagd wordt of deze kwestie formeel bij de raadsleden kenbaar is gemaakt. Bij het inbrengen van onderwerpen geldt namelijk het BOB-model weer en heeft de burger inspraak. De raad bepaalt wanneer de vergadering plaatsvindt en dus ligt de verantwoordelijkheid bij hen. Formeel bepaalt het presidium wanneer de vergadering plaats vindt en hoe de agenda luidt.

De verzoekende partij stelt dat het doel van de vereniging niet het bedrijven van politiek is en dat zij onpartijdig is. Om deze reden is de raad niet benaderd.

De verwerende partij bevestigt dat de verantwoordelijkheid bij de raad ligt.

Gevraagd wordt in hoeverre de verzoekende partij door het proces geschaad is in haar belangen als zij de gelegenheid tot inspraak heeft gehad bij het BOB-model.

De heer Moons merkt op dat het onduidelijk is wat er in de besloten vergaderingen wordt gezegd en er geen zicht is op tussentijdse voorstellen. De heer Roos vult hierbij aan dat de raadsleden niet melden wat er gezegd wordt tijdens de besloten bijeenkomsten.

De voorzitter stelt vast dat de leden van de Ombudscommissie geen vragen meer hebben en bedankt de partijen voor hun aanwezigheid. Het overzicht van de bevindingen zal over circa twee weken naar beide partijen gestuurd worden. Beide partijen krijgen de gelegenheid om op deze bevindingen te reageren. Het verslag van deze hoorzitting en het rapport met daarin het advies van de Ombudscommissie, zal over circa zes weken kenbaar gemaakt worden. Het rapport vormt de afsluiting van het onderzoek.

Aldus vastgesteld door de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant, de dato: 9 maart 2010

mevrouw mr. L.F.E. Tersteeg

De heer mr. W.A.M. Waarma

Rapport van de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant

Inleiding

In haar vergadering van 20 januari 2010 heeft de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant (hierna: Ombudscommissie) het verzoekschrift behandeld dat is ingediend door de Vereniging Publiek Domein Heeze-Leende, gevestigd te Serrarisstraat 3, 5591 EE Heeze-Leende (hierna: de verzoekende partij). Het verzoekschrift heeft betrekking op gedragingen van de gemeente Heeze-Leende (hierna: de gemeente).

Inhoud verzoekschrift

De verzoekende partij beklaagt zich erover dat het in de gemeente steeds vaker voorkomt dat raadsbesluiten in een raadsinformatiebijeenkomst op een dusdanige manier worden voorbereid, dat op de openbare raadsvergadering kan worden volstaan met minder debat en minder informatie. Deze gang van zaken is volgens de verzoekende partij misschien niet in strijd met de letter van de wet, maar wel met de geest van de wet op openbaarheid van bestuur.

Beoordeling ontvankelijkheid

De klacht, zoals ingebracht door de verzoekende partij, heeft betrekking op een gedraging waarnaar de commissie op grond van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een onderzoek kan gelasten. De klacht wordt derhalve ontvankelijk verklaard.

Feitenverloop

Algemeen

De bevindingen zijn de geconstateerde feiten die uit de in het bezit van de Ombudscommissie zijnde stukken   blijken.   Op   grond   van   artikel   9:35   van   de  Algemene   wet   bestuursrecht  deelt  de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant alvorens het onderzoek te beëindigen, haar bevindingen mee

aan:

a.           het betrokken bestuursorgaan;

b.           degene op wiens gedraging het verzoek betrekking heeft;

c.           de verzoeker.

Aan de partijen zijn de onderstaande bevindingen kenbaar gemaakt bij brief van d.d. 10 februari 2010.

Op 18 januari 2009 stuurt de verzoekende partij de gemeente een brief waarin zij er melding van maakt dat het college de leden van de raad door het achterwege laten van informatie verkeerd heeft ingelicht over de financiering van het Bergerhof-project. De verzoekende partij is van mening dat de raad het besluit op verkeerde gronden heeft genomen en dat het voorstel mogelijk afgewezen zou worden wanneer de zeer hoge prijs van het project bekend was. Het achterwege laten van informatie die van wezenlijk belang is voor het besluit over een project van een dergelijke omvang is in strijd met openbaarheid van bestuur.

Bij­ uitvoerig geïnformeerd wordt en dat er dus geen sprake is van het geven van onvolledige of onjuiste informatie.

Op 3 november 2009 geeft de verzoekende partij in haar brief aan de gemeente aan dat zij van mening is dat raadsinforma­tiebijeenkomsten openbaar dienen te zijn, toegankelijk voor pers en publiek en dat van het overleg een verslag wordt gepubliceerd. Ook is zij van mening dat een raadsbesluit over een miljoenen project zonder volledige financiële onderbouwing strijdig is met de wet openbaarheid van bestuur. Het strookt niet met het belang van de inwoners en mist daarom rechtsgeldigheid.

Bij brief van 11 november 2009 dient de verzoekende partij een klacht in bij’ de Ombudscommissie. In haar brief geeft de verzoekende partij aan dat de gemeente zogenaamde informatiebijeenkomsten belegt om raadsleden voor te lichten over een voorstel voordat er op een openbare raadsvergadering over wordt gedebatteerd en er een besluit over genomen wordt. De raadsinformatiebijeenkomsten zijn besloten. Pers en publiek hebben geen toegang; alleen genodigden met specifieke kennis of een belang. De klacht van de verzoekende partij is dat het in de gemeente steeds vaker gebeurt dat raadsbesluiten zodanig op een raadsinformatiebijeenkomst worden voorbereid dat op de openbare raadsvergadering kan worden volstaan met minder debat en zelfs minder informatie. Deze gang van zaken is misschien niet in strijd met de letter van de wet, maar dan toch zeker wel met de geest van de wet op openbaarheid van bestuur. Het is in ieder geval een bron van frustratie voor inwoners. Ter zitting heeft de verwerende partij aangegeven dat als een beroep wordt gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur, de beschikbare stukken aan de verzoeker hiervan overhandigd worden.

5.           Bij brief van 16 december 2009 dient de gemeente haar standpunt in betreffende het
onderliggende verzoekschrift en dit wordt tevens ter zitting besproken. De gemeente stelt dat
zij naast formele raadsvergaderingen bewust gekozen heeft voor zogenaamde
raadsinformatiebijeenkomsten en Ronde Tafel Gesprekken (RTG). Hierbij werkt de raad met
het vergadermodel ‘BOB’, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen beeldvormende,
opiniërende en besluitvormende bijeenkomsten. Voor de beeldvormende bijeenkomsten
hanteert de gemeente de RTG. De opiniërende en de besluitvormende bijeenkomsten vinden
in formele raadsvergaderingen plaats. De bijeenkomsten volgens het BOB-model zijn allen
openbaar en bij de RTG hebben burgers inspraak. Er vindt derhalve uitdrukkelijk geen
besluitvorming plaats in de bijeenkomsten die niet openbaar zijn. Tevens worden niet alle
raadsvoorstellen in de RTG geagendeerd. Als er geen publieke belangstelling is voor een
voorstel, bijvoorbeeld de controle jaarrekening, dan wordt dit direct op de raadsagenda
geplaatst.

Naast de openbare bijeenkomsten houdt de raad af en toe een ‘legs on table’ bijeenkomst. Dit zijn de zogenaamde raads­informatiebijeenkomsten. Onderwerp van gesprek kan zijn een workshop, maar ook een bijeenkomst waarin de raad op informele wijze wordt bijgepraat over ontwikkelingen. Deze bijeenkomsten hebben een intern karakter en zijn niet voor het publiek toegankelijk. Ook op deze bijeenkomsten worden geen besluiten genomen of raadsvoorstellen besproken. Er ligt overigens ook geen geheimhouding op. Dit zijn bijeenkomsten waarvoor -onder meer- raadsleden uitgenodigd worden, maar het zijn daarmee geen vergaderingen van de gemeenteraad. Ter zitting is aangegeven dat bij elke nieuw voorstel altijd opnieuw de weg van het BOB-model wordt gevolgd, dus beeldvormend, opiniërend en besluitvormend. Wederom hebben burgers inspraak bij de beeldvormende bijeenkomsten. Tot slot meldt de gemeente dat deze wijze van werken van de gemeenteraad geheel in overeenstemming is met de geldende voorschriften van de Gemeentewet. Op geen enkele wijze wordt afbreuk gedaan aan het uitgangspunt dat het beraad van de raad en de besluitvorming in een openbare raadsvergadering dient plaats te vinden.

Bij brieven van 30 december 2009 en 9 januari 2010 dient de verwerende partij het verzoek in om getuigen te horen tijdens de hoorzitting. De gemeente reageert bij brief van 5 januari 2010 dat het haar niet duidelijk is in welke kwaliteit de aangegeven personen door de verzoekende partij toegelaten zouden kunnen worden. Ter zitting is met akkoordbevinding van beide partijen besloten de aangegeven personen niet toe te laten als getuigen, maar wel als informanten.

De Ombudscommissie behandelt het verzoekschrift in haar vergadering van 20 januari 2010.

De partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich binnen een door de commissie gestelde termijn omtrent de bevindingen te uiten. Het betreft hier geen mogelijkheid tot het aandragen van nieuwe feiten en/of stukken. Het verdere onderzoek vindt plaats op grond van de reeds bij de Ombudscommissie bekende informatie.

Bij brief van 15 februari 2010 heeft de verzoekende partij zich geuit omtrent de bevindingen. Deze schriftelijke reactie is als bijlage aan dit rapport toegevoegd.

Overwegingen

Opmerkingen vooraf

Burgers hebben recht op een behoorlijke behandeling door de overheid en haar bestuursorganen. Het klachtrecht bepaalt dat indien een burger zich over een bestuursorgaan en/of over een onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan opererende ambtenaar wil beklagen, omdat hij van mening is dat hij onheus bejegend is, hij een klacht kan voorleggen aan het betrokken bestuursorgaan. Na de interne klachtafhandeling door het bestuursorgaan biedt de wet de mogelijkheid om de klacht aan een externe klachteninstantie voor te leggen. De Ombudscommissie Zuidoost-Brabant draagt in deze hoedanigheid de zorg voor een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar verzoekschriften van natuurlijke personen of rechtspersonen over gedragingen, handelingen of nalaten door een bestuursorgaan of een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bij de Ombudscommissie aangesloten bestuursorgaan. Het onderzoek door de Ombudscommissie geschiedt aan de hand van de bij haar ingediende stukken en het geen de partijen ter zitting naar voren hebben gebracht.

Overwegingen ten aanzien van de klacht

De verzoekende partij beklaagt zich erover dat het in de gemeente steeds vaker voorkomt dat raadsbesluiten in een raads­informatiebijeenkomst op een dusdanige manier worden voorbereid, dat op de openbare raadsvergadering kan worden volstaan met minder debat en minder informatie. Deze gang van zaken is volgens de verzoekende partij misschien niet in strijd met de letter van de wet, maar wel met de geest van de wet op openbaarheid van bestuur.

Ten aanzien van deze klacht is de Ombudscommissie het volgende van oordeel.

De kern van de klacht behelst de wijze van vergaderen door de gemeenteraad. De Ombudscommissie draagt in haar hoedanigheid de zorg voor een onafhankelijk onderzoek en oordeelt of een bestuursorgaan zich in een bepaalde kwestie behoorlijk heeft gedragen.

Artikel 9:18 Awb geeft aan dat een ieder het recht heeft de ombudsman schriftelijk te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen.

Gezien de strekking van de klacht gaat het in casu niet over een wijze van handelen cq. een klachtwaardige gedraging in de zin van het klachtrecht van de Algemene wet bestuursrecht. Een klachtwaardige gedraging behelst bijvoorbeeld de lange behandelingsduur van klachten of het niet of traag reageren op correspondentie. In casu gaat het om de wijze van vergaderen van de raad. De verzoekende partij is het niet eens met de procedure die gevolgd wordt voordat een besluit genomen wordt.

Gezien de strekking van de klacht en het feit dat hier geen sprake is van een klachtwaardige gedraging die de Ombudscommissie zou kunnen onderzoeken, acht de commissie zich op grond van artikel 9:22, onder a, Awb niet bevoegd het onderzoek voort te zetten en een oordeel hieromtrent te geven. Artikel 9:22, onder a, Awb geeft namelijk aan dat de Ombudscommissie niet bevoegd is een onderzoek in te stellen of voort te zetten indien het verzoek betrekking heeft op een aangelegenheid die behoort tot een algemeen regeringsbeleid, daaronder begrepen het algemeen beleid ter handhaving van de rechtsorde, of tot het algemeen beleid van het betrokken bestuursorgaan. De bevoegdheid tot het instellen van een onderzoek naar het door de vereniging Publiek Domein Heeze-Leende geformuleerde verzoek is voorbehouden aan de gemeenteraad.

De Ombudscommissie komt dan ook tot het navolgende.

Eindoordeel

Ten aanzien van de klacht acht de commissie zich niet bevoegd een oordeel te vellen. Dit is voorbehouden aan de raad.

Aanbeveling

Aangezien de bevoegdheid tot het instellen van een onderzoek naar het door de vereniging Publiek Domein Heeze-Leende geformuleerde verzoek naar oordeel van de Ombudscommissie is voorbehouden aan de gemeenteraad, beveelt zij de gemeente aan het onderzoek in de onderhavige klacht door de gemeenteraad voort te laten zetten.

Aldus vastgesteld door de Ombudscommissie Zuidoost-Brabant, de dato: 9 maart 2010

mevrouw mr. L.F.E. Tersteeg

de voorzitter,

De heer mr. W.A.M. Waarma


Geef een reactie tot nu toe
Plaats een reactie



Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

Gravatar
WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.